Tijd in wetenschap en muziek

We ervaren de tijd radicaal anders dan hoe de wetenschap het beschrijft. De ‘Einsteiniaanse tijd’ beschrijft de tijd als iets statisch, een vierde dimensie waar heden, verleden en toekomst tegelijk bestaan. Daarentegen ervaren we de tijd als iets dat steeds vooruitgaat, zonder zich ooit perfect te herhalen. De muziek van de 19e en 20e eeuw is bezeten door dit contrast tussen mens en wetenschap, en probeert het te verklanken door herhaling en vooruitgang te variëren in de muzikale structuren. We verkennen de werken van César Franck (als model van progressie), en van Philip Glass Arvo Pärt (als modellen van herhaling).